"3. De organisatie van het onderwijs"
3.1 De groepering
De 181 kinderen zijn verdeeld over 12 stamgroepen. We gaan uit van een maximale groepsgrootte van ongeveer17 kinderen. De groepen met de jongste kinderen worden bewust wat kleiner gehouden om hen in die fase van hun ontwikkeling wat extra te kunnen begeleiden. Bij de samenstelling van de groepen houden we rekening met:
* de leeftijd van het kind;
* de leerniveaus en het ontwikkelingsniveau van het kind;
* of het kind zich prettig zal voelen in deze groep.
Of er sprake is van veel of weinig doorstroming hangt af van:
* hoeveel kinderen er van school gaan;
* hoeveel kinderen er aangemeld zijn en hoe oud deze kinderen zijn.
Bovenstaande kan betekenen dat een kind een groep overslaat of twee jaar bij dezelfde groepsleerkracht blijft. Van ‘zitten blijven’ is echter geen sprake, omdat een kind op zijn eigen niveau verder werkt.
Om de kinderen nog beter op hun niveau de leerstof te kunnen aanbieden, zijn er naast de stamgroepen ook niveaugroepen samengesteld voor de lessen rekenen en soms ook voor technisch lezen.
De leerniveaus en -mogelijkheden van de kinderen zijn bepalend voor de indeling van de kinderen in deze niveaugroepen.
Om tegemoet te komen aan de specifieke mogelijkheden, interesses, talenten of leerstijlen van de kinderen worden er ook af en toe keuzegroepen gevormd, bijvoorbeeld tijdens de lessen wereldoriëntatie en de “vrijdagmiddag-keuzegroepen”.
3.2 Functies en taken van de teamleden
Wat betreft het schoolbeleid en de zorg voor onze kinderen trachten we te werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Waar mogelijk proberen we de specifieke deskundigheid van de teamleden te benutten en in te zetten.
- de bedrijfshulpverlening (bij ongevallen);
- de vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad of ouderraad;
- het meewerken aan schoolontwikkeling in een werkgroep taal, rekenen, techniek of bijvoorbeeld de beeldende vorming;
- de verantwoordelijkheid m.b.t. ouderhulp, sportactiviteiten, schoolactiviteiten, enz.
3.3 De vak- en vormingsgebieden voor de kinderen
De wettelijk voorgeschreven vak- en vormingsgebieden voor het basisonderwijs gelden ook voor onze SBO-school. De ontwikkelingsmogelijkheden van onze kinderen zijn erg verschillend en dit betekent dat we voor veel kinderen individuele leerdoelen en handelingsplannen opstellen. We trachten ons onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de mogelijkheden van ieder kind en willen deze individuele mogelijkheden zo optimaal mogelijk ontwikkelen.
Bij de meeste leergebieden (rekenen, lezen en taal, schrijven, Engels, bewegingsonderwijs, tekenen en handvaardigheid) gebruiken we basisschoolmethoden. Omdat veel kinderen meer instructie of andere instructie- en oefenstof nodig hebben, gebruiken we veelvuldig extra leermaterialen en speciale leerprogramma’s.
Bij wereldoriëntatie wordt er naast de biologie-, geschiedenis- en aardrijkskundeonderwerpen regelmatig gewerkt rondom een thema. Bij dit themawerk komen dan de meer culturele, sociale en economische aspecten van onze leefwereld aan bod. Ook bij lessen ‘levensbeschouwelijk onderwijs’ a.d.h.v de methode Hellig Hart wordt er thematisch gewerkt.
Omdat we daarnaast veel belang hechten aan een goede kindontwikkeling op sociaal en emotioneel gebied hebben we voor dit ontwikkelingsgebied in alle groepen het lesprogramma “Leefstijl” ingevoerd.
De lessen “Leefstijl” en “Hellig Hart” omvatten deels het vormingsgebied Actief Burgerschapsvorming. Om dit vormingsgebied een goede inhoud te geven en ook echt actief in te vullen zijn er in het jaarprogramma speciale activiteiten gepland, waaronder activiteiten voor goede doelen.
Op de Toermalijn onderscheiden we een onder-, midden- en bovenbouw. De onderbouw- groepen (groepen 2/3, 3, 4, 4/5, en 5/6) zijn gehuisvest in een aparte vleugel van de school. Voor deze groepen is er ook een aparte speelplaats.
De activiteiten in met name de groepen 2/3 zijn vaak nog gericht op het voorbereidende en aanvankelijke leren. In deze groepen wordt ook nog veel gewerkt met ontwikkelingsmateriaal.
In de bovenbouw (groepen 7 en 8) wordt getracht de kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Er wordt gewerkt aan een goede werkhouding en aan zo hoog mogelijke leerniveaus op het eind in groep 8. Specifieke activiteiten die in de bovenbouw aan de orde komen zijn: huiswerk maken, Engels, informatiekunde (omgaan met computer, woordenboek, agenda, atlas etc.), het houden van een spreekbeurt, het werken met een portfolio, het doen van het verkeersexamen en gezond en veilig gedrag.
Op de Algemene Ouderavond, 27 september 2011, krijgen de ouders/ verzorgers uitleg van de leerkracht(en) over het onderwijsaanbod in de groep van hun kind.
3.4 Het leerlingvolgsysteem en het ontwikkelingsperspectief
Bij toelating wordt het kind direct opgenomen in ons digitale leerlingvolgsysteem. Hierin wordt informatie over het kind en zijn / haar ontwikkelingen beschreven. Wanneer we nog niet voldoende informatie hebben, bijvoorbeeld we weten nog niet alles omtrent de leerniveaus, dan wordt er in de eerste schoolweek nog een onderzoekje gedaan. De logopediste doet bij een aantal kinderen een taaltest. Wat we bij een nieuw kind zo snel mogelijk willen vaststellen zijn de speciale aandachtspunten om aan te gaan werken.
Voor de kinderen schrijven we ook de verwachte ontwikkeling, een zogenoemd ontwikkelingsperspectief.
Gedurende het schooljaar wordt regelmatig overlegd of het ontwikkelingsperspectief en/of de gestelde aandachtspunten nog veranderd of bijgesteld dienen te worden. Indien daar aanleiding toe is wordt een orthopedagoog betrokken bij de bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. De leerkracht beschrijft de vastgestelde aandachtspunten ook op het leerlingenrapport.
Wanneer het kind enkele toetsmomenten heeft gehad wordt er in overleg met een orthopedagoog ook een uitstroomverwachting geformuleerd, met andere woorden er wordt een verwachting weergeven van het toekomstige niveau van voortgezet onderwijs.
Er zijn regelmatig toetsmomenten en de toetsgegevens worden bijgehouden in het digitale leerlingvolgsysteem. Door het beschrijven van de speciale aandachtspunten en de ontwikkeling van het kind, krijgen alle teamleden goede informatie over de kindontwikkeling en kan het gewenste onderwijs ook in nieuwe groepen gecontinueerd worden.
Contacten met ouders en derden, bijv. medewerkers van instanties voor jeugdhulpverlening, worden eveneens in het leerlingvolgsysteem beschreven.
Driemaal per jaar vinden er groepsbesprekingen plaats, waarbij de groepsleerkracht en de interne begeleider de ontwikkelingen van de kinderen bespreken, eventueel samen met een
orthopedagoog en/of een logopediste. Zonodig wordt het programma voor een kind aangepast en wordt een individueel handelingsplan opgesteld.
In het dossier worden de “beschikking tot toelating SBO-school ” en de onderzoeksverslagen van een kind bewaard. De dossiers liggen in een gesloten dossierkast. Van alle medewerkers op school wordt gevraagd om vertrouwelijk om te gaan met deze informatie.
3.5 De Zorgstructuur / Het werken volgens plan
In het schoolplan 2011 – 2015 staan de algemene uitgangspunten, de doelen van ons onderwijs en de uitwerkingen hiervan, beschreven. Voor de verschillende vakgebieden zijn groepsplannen opgesteld, zodat het onderwijsaanbod en de handelwijzen van de leerkrachten in de verschillende groepen goed op elkaar zijn afgestemd.
Voor kinderen die een speciaal onderwijsprogramma volgen, wordt een individueel handelingsplan geschreven. Bij het bepalen van speciale aandachtspunten en het opzetten van een handelingsplan en ook bij het realiseren van het plan wordt de leerkracht, indien nodig, ondersteund en begeleid door een Interne Begeleider (IB-er). De groepsleerkracht en de IB-er kunnen ook besluiten (de hulpvragen van) een kind te bespreken in een ‘Leerlingbespreking’.
In zo’n bespreking kan een beroep gedaan worden op één of meer van de ‘specialisten’,
de maatschappelijk werker, een orthopedagoog of een logopedist. Ook wordt soms advies gevraagd aan een hulpverlener van een instantie voor jeugdhulpverlening.
Zonodig kan speciale hulp binnen school ingezet worden middels logopedie, SoVa- training,
MRT (Motorische Remedial Teaching) of fysiotherapie, School Video Interactie Begeleiding (SVIB), individuele coaching of muziektherapie. Wanneer één van deze speciale vormen van hulp wordt ingezet, wordt het handelingsplan en ook de bevindingen en resultaten met de ouders / verzorgers besproken.
Logopedie: Wanneer een kind voor logopedie (taal-leesondersteuning) in aanmerking komt, wordt (meestal) voor een periode van een half schooljaar, in overleg met de leerkracht, een plan opgesteld. In de meeste gevallen krijgt een kind dan wekelijks één en soms twee keer een logopedieles van één van de logopedisten. Voor het werken in de klas worden voor de leerkracht speciale aandachtspunten in het plan opgenomen.
SoVa (SocialeVaardigheden)-training: Wanneer een kind speciale ondersteuning nodig heeft betreffende het goed omgaan met anderen, kan dit kind in een klein trainingsgroepje sociale vaardigheden extra oefenen. Voor de jonge kinderen is er een trainingsprogramma “Tim en Flapoor” van 15 lessen en voor de oudere kinderen een serie van 11 lessen met het programma “Durf je wel !?”. De SoVa-trainingen worden uitgevoerd door enkele leerkrachten die zich gespecialiseerd hebben in het geven van SoVa-trainingen.
Motorische Remedial Teaching: Wanneer een kind uitvalt op één van de bewegingsgebieden,
kan dit kind in aanmerking komen voor een speciale MRT-groep. Het plan van aanpak en de uitvoering is in handen van de vakleerkracht bewegingsonderwijs. Hij heeft zich de afgelopen periode bekwaamd in het uitvoeren van MRT .
School Video Interactie Begeleiding: Deze vorm van begeleiding wordt ingezet om de leerkrachten te ondersteunen bij hun onderwijstaak. De begeleiding richt zich op het zo goed mogelijk afstemmen van het onderwijs op de leerlingen.
De methodiek wordt zowel ingezet bij vragen van leerkrachten rondom leerlingenzorg als bij vragen om onderwijsvernieuwing. Aan de school is een gespecialiseerde School Video Interactie Begeleider (SVIB-er) verbonden, die korte video-opnames maakt in de klas en dit vervolgens nabespreekt met de leerkracht.
Indien de methodiek wordt ingezet bij speciale begeleidingsvragen van één of meer leerlingen, worden de ouders / verzorgers hiervan in kennis gesteld en om toestemming gevraagd.
Muziektherapie: Een muziektherapeut verzorgt therapeutische ondersteuning voor kinderen die specifieke hulp nodig hebben op sociaal-emotioneel gebied.
Fysiotherapie: In geval ouders toegewezen AWBZ-zorggelden willen inzetten voor fysiotherapie voor hun kind, kan fysiotherapie op onze school gegeven worden door één van de twee op de Toermalijn aanwezige fysiotherapeuten.
3.6 Naschoolse activiteiten
Voor kinderen is het belangrijk dat ze contacten aangaan en onderhouden met leeftijdsgenootjes uit hun directe woon- en leefomgeving. Een groep kinderen heeft moeite met het leggen en onderhouden van deze contacten.
We stimuleren de kinderen om lid te worden van een club en geven ouders regelmatig informatie over de mogelijkheden. Als kinderen geen gebruik kunnen maken van de reguliere sportclubs dan zijn clubs als “Sportmix” en “ClubExtra” wellicht wel geschikt. Op deze clubs wordt meestal gewerkt in kleine groepen en er wordt rekening gehouden met de motorische achterstand van de kinderen. Informatie over deze twee ‘speciale’ clubs krijgt u via school.
